Citaat | Hoge Raad 6 april 2010

Alinea 20 Hoge Raad 6 april 2010

Een alinea uit Hoge Raad 6 april 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL0651.

Het verstrekken van een brief is onvoldoende. Bovendien dient de raadsman daarvan afschrift te verkrijgen of in kennis gesteld te worden op een moment dat hij daar nog iets mee kan, dus voor de afname, hetgeen ook niet is gebeurd. De OvJ dient zich zelf te vergewissen van de stellingname van de verdachte voordat een dergelijke ingrijpende inbreuk op de lichamelijke integriteit wordt gemaakt. Meer in het bijzonder zouden [verdachte] en zijn raadsman de OvJ ervan hebben kunnen overtuigen dat een DNA afname niet diende plaats te vinden wegens het ontbreken van ernstige bezwaren."

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b3caa2aa476559f053ac4efd6a9b5bf596b55476db45f3ba9fe180126b94c5d9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b3caa2aa476559f053ac4efd6a9b5bf596b55476db45f3ba9fe180126b94c5d9, en de alinea staat in dat document op bytes 7889 tot 8485.