Citaat | Hoge Raad 6 april 2010
Alinea 29 Hoge Raad 6 april 2010
Een alinea uit Hoge Raad 6 april 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL0651.
Bij proces-verbaal van 18 december 2003 heeft de opsporingsambtenaar [verbalisant 1] gerelateerd dat uit onderzoek is gebleken dat DNA-profielen aangetroffen bij 11 inbraken respectievelijk in scholen, een buurtcentrum, een kinderdagverblijf, een makelaarskantoor en een bibliotheek, allen overeen kwamen maar niet aan een verdachte konden worden gekoppeld. De werkwijze was in alle gevallen gelijk; er waren ruiten ingeslagen waarbij de dader verwondingen opliep, er werden grote vernielingen aangericht in de gebouwen waar was ingebroken, er werden hoofdzakelijk keukens en conciërge en administratieruimten doorzocht waarbij voedsel en geluidsapparatuur werd weggenomen. Op grond van de voornoemde werkwijze en het feit dat de verdachte in het verleden in verschillende panden op dezelfde wijze had ingebroken kwam de verdachte als mogelijke dader in beeld. Daarbij kwam dat op grond van video-opnamen, veiliggesteld van de dader van te onderzoeken inbraken, het signalement overeenkwam met dat van de verdachte.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b3caa2aa476559f053ac4efd6a9b5bf596b55476db45f3ba9fe180126b94c5d9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b3caa2aa476559f053ac4efd6a9b5bf596b55476db45f3ba9fe180126b94c5d9, en de alinea staat in dat document op bytes 9888 tot 10917.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/b3caa2aa476559f053ac4efd6a9b5bf596b55476db45f3ba9fe180126b94c5d9 | shasum -a 256