Citaat | Hoge Raad 6 april 2010

Alinea 32 Hoge Raad 6 april 2010

Een alinea uit Hoge Raad 6 april 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL0651.

Gelet op voornoemde feiten en omstandigheden die zijn neergelegd in eerder genoemd proces-verbaal van de verbalisant [verbalisant 1] is het hof van oordeel dat er ten tijde van het op de voet van artikel 151b van het Wetboek van Strafvordering gegeven bevel ernstige bezwaren tegen de verdachte bestonden die het geven van een bevel tot DNA-afname konden rechtvaardigen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/b3caa2aa476559f053ac4efd6a9b5bf596b55476db45f3ba9fe180126b94c5d9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt b3caa2aa476559f053ac4efd6a9b5bf596b55476db45f3ba9fe180126b94c5d9, en de alinea staat in dat document op bytes 11364 tot 11747.