Citaat | Hoge Raad 29 juni 2010
Alinea 28 Hoge Raad 29 juni 2010
Een alinea uit Hoge Raad 29 juni 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL1493.
(LJN: AT4761) in een zedenzaak. In die zaak waren er geen verklaringen van ooggetuigen (in tegenstelling tot deze zaak; zie [...]) en het Hof meende dat de verklaring van de moeder van de aangeefster slechts weergaf wat zij gehoord had over hetgeen de verdachte gedaan zou hebben, niet wat zij zèlf dienaangaande had waargenomen (gelijk deze zaak). Hierdoor zou een bewezenverklaring in beslissende mate komen te rusten op de verklaring van de aangeefster en het Hof sprak de verdachte dan ook vrij.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ace2edb7d564914dea828c4873d5c01b3dcf9f05f92bb35e9f4d331383381ee2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ace2edb7d564914dea828c4873d5c01b3dcf9f05f92bb35e9f4d331383381ee2, en de alinea staat in dat document op bytes 11379 tot 11892.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ace2edb7d564914dea828c4873d5c01b3dcf9f05f92bb35e9f4d331383381ee2 | shasum -a 256