Citaat | Hoge Raad 29 juni 2010
Alinea 39 Hoge Raad 29 juni 2010
Een alinea uit Hoge Raad 29 juni 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL1493.
Die man is daarop kennelijk zonder een woord te zeggen opgestaan en elders gaan zitten. Ik vind dit een volstrekt onlogische gang van zaken. Bij de rechter-commissaris verklaart zij dat zij een persoon om hulp zou hebben gevraagd nog vóórdat haar telefoon werd afgepakt (onder vraag 11). Waarom zou zij nog vóór het afpakken van de telefoon om hulp hebben moeten vragen?! Er is ook niets dat haar verklaring op dit punt ondersteunt. Deze getuige is nimmer terug gevonden, haar moeder en haar klasgenoot verklaren zulks niet, cliënt ontkent dit, [...] heeft dit niet gezien en er is overigens nimmer dactyloscopisch onderzoek gedaan naar haar telefoon.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ace2edb7d564914dea828c4873d5c01b3dcf9f05f92bb35e9f4d331383381ee2. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ace2edb7d564914dea828c4873d5c01b3dcf9f05f92bb35e9f4d331383381ee2, en de alinea staat in dat document op bytes 14099 tot 14769.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ace2edb7d564914dea828c4873d5c01b3dcf9f05f92bb35e9f4d331383381ee2 | shasum -a 256