Citaat | Hoge Raad 1 juni 2010
Alinea 39 Hoge Raad 1 juni 2010
Een alinea uit Hoge Raad 1 juni 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL1713.
2.6. Het middel steunt kennelijk op de opvatting dat het Hof enkel op grond van de verklaringen van [getuige] niet aannemelijk heeft geacht dat [slachtoffer] met een steen in de hand op de verdachte afkwam. Aldus gaat het middel uit van een te beperkte lezing van de in 2.4 weergegeven overwegingen van het Hof. Onder II, III en IV van die overwegingen heeft het Hof immers tot uitdrukking gebracht dat het de aan het beroep op noodweer(exces) ten grondslag gelegde stelling dat [slachtoffer] dreigend met een steen in de hand op de verdachte afkwam, niet aannemelijk heeft geacht, omdat de verdachte bij geen enkele gelegenheid - ook niet bij zijn verhoor ter terechtzitting van het Hof - ervan heeft melding gemaakt dat [slachtoffer] met een steen in de hand op hem is afgekomen, dat daarvan ook overigens in het onderzoek ter terechtzitting niet is gebleken en dat dit ook niet kan worden afgeleid uit de verklaringen van [getuige]. Dat oordeel van het Hof is niet onbegrijpelijk. Voor een verdergaande toetsing daarvan is in cassatie geen plaats.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ca793faf1607432ba16ec14078ea79c534fbcd037194f0e7757c7feac76f973c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ca793faf1607432ba16ec14078ea79c534fbcd037194f0e7757c7feac76f973c, en de alinea staat in dat document op bytes 12305 tot 13368.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/ca793faf1607432ba16ec14078ea79c534fbcd037194f0e7757c7feac76f973c | shasum -a 256