Citaat | Hoge Raad 28 september 2010

Alinea 58 Hoge Raad 28 september 2010

Een alinea uit Hoge Raad 28 september 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL2823.

2.14. Bij de beoordeling van een klaagschrift van de beslagene gericht tegen een beslag als bedoeld in art. 94a, eerste of tweede lid, Sv dient de rechter te onderzoeken a. of er ten tijde van zijn beslissing sprake was van verdenking van of veroordeling wegens een misdrijf waarvoor een geldboete van de vijfde categorie kan worden opgelegd en b. of zich niet het geval voordoet dat het hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, aan de verdachte een verplichting tot betaling van een geldboete dan wel de verplichting tot betaling van een geldbedrag ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel zal opleggen.(24)

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e296687f78c8ef98b8eaa758d57567501a92e5ff0aacf218aca061e2d9df82e4. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e296687f78c8ef98b8eaa758d57567501a92e5ff0aacf218aca061e2d9df82e4, en de alinea staat in dat document op bytes 22763 tot 23424.