Citaat | Hoge Raad 18 mei 2010
Alinea 32 Hoge Raad 18 mei 2010
Een alinea uit Hoge Raad 18 mei 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL4041.
"Ik huur de woning aan de [a-straat 1] sinds juni 1999. Ik heb de naam [alias 1 verdachte] gebruikt om het huis te huren. Het klopt dat ik [alias 2 verdachte] werd genoemd. [Getuige 1] heb ik herkend als [getuige 1], [betrokkene 1] als [betrokkene 1], [betrokkene] als [betrokkene 2] en [betrokkene 3] als [betrokkene 3]. Deze mensen kwamen wel eens langs of belden mij. Het klopt dat [betrokkene 3] in de woning heeft verbleven toen ik naar Portugal ging. Toen ik terugkwam uit Portugal heb ik verdovende middelen boven in het pand zien liggen en in de schuur. Ik wist van de aanwezigheid van de verdovende middelen. Ik heb deze ook aangeraakt. Nadat ik uit Portugal terug was heb ik ook een keer tijdens het stofzuigen een wapen aangeraakt. Op de bovenste verdieping stond een soort vloeistof, het stonk ontzettend. Het was verpakt in een ijzeren ton dacht ik. Ik heb lege jerrycans gezien in mijn woning. Op 10 juni 2004 heb ik de deur open gedaan. Ik wist dat ze kwamen, want ze belden van tevoren. Ik denk dat ze een soort vacuümapparaat kwamen brengen."
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cf04e59ce394ab7c6a0e07862e37feb732abf9f670adb1f939df416a502d6fd9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cf04e59ce394ab7c6a0e07862e37feb732abf9f670adb1f939df416a502d6fd9, en de alinea staat in dat document op bytes 7705 tot 8778.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cf04e59ce394ab7c6a0e07862e37feb732abf9f670adb1f939df416a502d6fd9 | shasum -a 256