Citaat | Hoge Raad 16 april 2010

Alinea 30 Hoge Raad 16 april 2010

Een alinea uit Hoge Raad 16 april 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL5416.

3.2.1 Van de door [eiseres] gevorderde wijzigingen zijn er in cassatie nog twee aan de orde. In de eerste plaats gaat het om de vordering van [verweerster] op [A] B.V. (hierna: [A]), opgenomen in de balanspost "overige vorderingen" ten bedrage van ƒ 2.781.764,--. Te dien aanzien heeft [eiseres], samengevat, aangevoerd dat die vordering op de begin- en eindbalans van de jaarrekening over 2001 tot nihil dient te worden afgewaardeerd vanwege het op 20 november 2001 uitgesproken faillissement van [A], nu dit faillissement bekend was toen de jaarrekening over 2001 in 2004 werd opgesteld en de accountant dit gegeven derhalve in de jaarrekening had behoren te verwerken. De tweede wijziging hangt met de voorgaande samen en betreft het opnemen van een post "bijzondere last" in de winst- en verliesrekening als gevolg van de gevorderde afwaardering tot nihil van de voormelde vordering.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f95ffd02030e6af69257b328d36dd520322b94066be77794ff4c07dc2291d612. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f95ffd02030e6af69257b328d36dd520322b94066be77794ff4c07dc2291d612, en de alinea staat in dat document op bytes 7715 tot 8616.