Citaat | Hoge Raad 16 april 2010

Alinea 38 Hoge Raad 16 april 2010

Een alinea uit Hoge Raad 16 april 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL5416.

Met de gewraakte overweging heeft de ondernemingskamer tot uitdrukking gebracht dat [verweerster] in de gegeven omstandigheden aan de - vóór de vaststelling van de jaarrekening klaarblijkelijk reeds door [verweerster] veronderstelde - aansprakelijkheid van [betrokkene] voor het faillissement van [A] en diens verplichting om in het faillissement het tekort aan te zuiveren voor zover dit is toe te schrijven aan de periode vóór 10 januari 2001, heeft kunnen ontlenen dat het faillissement geen aanleiding vormde de vordering wegens oninbaarheid tot nihil af te waarderen. Daarbij heeft de ondernemingskamer, zonder miskenning van het bepaalde in art. 2:362 lid 6 BW, betekenis kunnen toekennen aan ten tijde van het faillissement bestaande feiten en omstandigheden - naar uit de gedingstukken blijkt: het niet-tijdig publiceren van de jaarstukken van [A] over de boekjaren 1996-1998 - die nadien ook in de, reeds vóór de vaststelling van de jaarrekening aanhangige, procedure bij de rechtbank Haarlem aan de orde waren en op grond waarvan in het vonnis van 25 mei 2005 is bevestigd dat [betrokkene] wegens onbehoorlijk bestuur voor het bedoelde tekort in het faillissement van [A] aansprakelijk is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f95ffd02030e6af69257b328d36dd520322b94066be77794ff4c07dc2291d612. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f95ffd02030e6af69257b328d36dd520322b94066be77794ff4c07dc2291d612, en de alinea staat in dat document op bytes 12658 tot 13877.