Citaat | Hoge Raad 16 april 2010

Alinea 40 Hoge Raad 16 april 2010

Een alinea uit Hoge Raad 16 april 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL5416.

3.5.2 Het middel berust op een opvatting omtrent de betekenis van het voorzichtigheidsbeginsel voor gevallen als de onderhavige die in haar algemeenheid niet juist is. Dat, zoals in art. 2:384 lid 2 BW is bepaald, mogelijke verliezen die hun oorsprong vinden vóór het einde van het boekjaar in acht genomen kunnen worden indien zij vóór het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden, brengt nog niet mee dat een vordering dient te worden afgewaardeerd als ernstig rekening moet worden gehouden met de kans dat verhaal geheel of gedeeltelijk onmogelijk zal blijken te zijn. Door te onderzoeken of in de gegeven omstandigheden is komen vast te staan dat verhaal van de vordering in redelijkheid al of niet is uitgesloten, heeft de ondernemingskamer het voorzichtigheidsbeginsel niet miskend.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f95ffd02030e6af69257b328d36dd520322b94066be77794ff4c07dc2291d612. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f95ffd02030e6af69257b328d36dd520322b94066be77794ff4c07dc2291d612, en de alinea staat in dat document op bytes 15108 tot 15921.