Citaat | Hoge Raad 26 februari 2010

Alinea 19 Hoge Raad 26 februari 2010

Een alinea uit Hoge Raad 26 februari 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL5550.

3.3. Het Hof heeft terecht als uitgangspunt genomen dat bij de beantwoording van de vraag welke maatstaf moet worden aangelegd bij de beoordeling of sprake is van een onderneming in de zin van artikel 20, lid 5, van de Wet, aansluiting dient te worden gezocht bij het ondernemingsbegrip van artikel 6, lid 1, van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 (vgl. HR 25 oktober 2000, nr. 35695, LJN AA7843, BNB 2000/388, en HR 8 december 2006, nr. 41711, LJN AW2207, BNB 2007/83). Het Hof heeft vervolgens geoordeeld dat de activiteiten van de Groep tezamen en in vereniging naar hun aard moeten worden beschouwd als het drijven van een onderneming zoals bedoeld in artikel 6 van de Wet op de inkomstenbelasting 1964, en dat de activiteiten die belanghebbende uitoefende geheel en al plaatsvonden ter uitvoering van de beslissing van de Groep om een belangrijk activum van die onderneming te verkopen. Deze oordelen worden in cassatie niet bestreden. Het Hof heeft aan deze oordelen de conclusie verbonden dat belanghebbende een onderneming dreef, kennelijk omdat belanghebbende ten dienste van de bedrijfsuitoefening van de Groep een wezenlijke functie vervulde. Dit oordeel van het Hof geeft geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting. Het is voor het overige van feitelijke aard en niet onbegrijpelijk, zodat het in cassatie niet met vrucht kan worden bestreden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e313fcec95db1e03412915e95c67c48507a73ae19fdbaf99f872cfdc185e8baa. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e313fcec95db1e03412915e95c67c48507a73ae19fdbaf99f872cfdc185e8baa, en de alinea staat in dat document op bytes 8876 tot 10248.