Citaat | Hoge Raad 29 juni 2010

Alinea 22 Hoge Raad 29 juni 2010

Een alinea uit Hoge Raad 29 juni 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL5630.

In de meerderheid van de onderzochte scenario's vinden min of meer heftige fysische effecten plaats, zoals uitstoot van brandend gas en/of uitstoot van brandende vloeistof uit de opening van de fles. Het ontstaan hiervan is sterk afhankelijk van het moment waarop de vlam in contact komt met de damp die nog aanwezig is in de fles. Bij ontbranding van de damp vindt expansie van het verbrandingsgas plaats waardoor drukverhoging in de fles ontstaat. Deze drukverhoging veroorzaakt de uitstoot van gassen en vloeistoffen uit de fles. Als op het moment van ontbranding van de damp in de fles de vloeistof zich vóór de uitstroomopening bevindt dan zullen de uitstooteffecten het heftigst zijn. De vloeistof kan daarbij enkele meters overbruggen. De effecten lijken tevens het grootst te zijn bij een lage vulgraad van de fles. In dat geval bevindt zich relatief veel damp in de fles en zal de ontbranding hiervan heftiger verlopen. De uitstoot van brandend gas en vloeistof kan daarbij over grotere afstanden plaatsvinden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/86bdd7083d6536c1ab8abbc754c75d0442c57d2c6cf8841dbc4277d1e594c485. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 86bdd7083d6536c1ab8abbc754c75d0442c57d2c6cf8841dbc4277d1e594c485, en de alinea staat in dat document op bytes 10216 tot 11250.