Citaat | Hoge Raad 21 mei 2010

Alinea 81 Hoge Raad 21 mei 2010

Een alinea uit Hoge Raad 21 mei 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL6071.

De beslissing van het hof dat desondanks niet is gebleken dat in 2004 een ongeclausuleerde toezegging aan [eiser] is gedaan, is eens temeer onbegrijpelijk, volgens het onderdeel, omdat in de verhouding tussen werknemer en werkgever, zeker bij een lang dienstverband als het onderhavige en een voor [eiser] belangrijk rechtspositioneel punt als zijn aanspraak op VUT, het in het algemeen op grond van art. 7:611 BW op de weg van de werkgever ligt wanneer hij een dergelijk voorbehoud wél wil maken, daarover duidelijk (schriftelijk) te communiceren.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fbfb79846371bb7258b095922f300c44c74fc0d72fad467fe530c7e8507601b8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fbfb79846371bb7258b095922f300c44c74fc0d72fad467fe530c7e8507601b8, en de alinea staat in dat document op bytes 25729 tot 26292.