Citaat | Hoge Raad 21 mei 2010
Alinea 82 Hoge Raad 21 mei 2010
Een alinea uit Hoge Raad 21 mei 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL6071.
3.4.2 Deze klachten falen. Het hof heeft in rov. 5.7 op grond van de omstandigheid dat [eiser] is ontslagen enkele maanden voordat hij van de VUT gebruik heeft kunnen maken, geoordeeld dat het ontslag kennelijk onredelijk is. Het heeft evenwel in rov. 5.8 het standpunt van [eiser] verworpen dat het ontslag - tevens - kennelijk onredelijk is op de grond dat hem door VWNB in 2004 een onvoorwaardelijke toezegging zou zijn gedaan dat hij in dienst zou blijven tot aan de datum waarop hij van de VUT-regeling gebruik zou gaan maken. Het hof heeft met betrekking tot die gestelde toezegging kennelijk geoordeeld dat, tegenover de in februari 2004 in het kader van de toenmalige reorganisatie gedane schriftelijke verklaring van [eiser] dat hij op de eerstmogelijke datum (1 september 2006) van de VUT gebruik zou maken, VWNB van haar kant heeft afgezien van een procedure tot beëindiging van de arbeidsovereenkomst in 2004, maar daarbij niet een toezegging heeft gedaan dat de arbeidsverhouding ongeacht nadien vast te stellen sociale plannen zou voortduren tot 1 september 2006. Dit oordeel berust op een aan het hof als feitenrechter voorbehouden waardering van de gedingstukken, is niet onbegrijpelijk en behoefde geen nadere motivering.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/fbfb79846371bb7258b095922f300c44c74fc0d72fad467fe530c7e8507601b8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt fbfb79846371bb7258b095922f300c44c74fc0d72fad467fe530c7e8507601b8, en de alinea staat in dat document op bytes 26349 tot 27602.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/fbfb79846371bb7258b095922f300c44c74fc0d72fad467fe530c7e8507601b8 | shasum -a 256