Citaat | Hoge Raad 11 juni 2010

Alinea 81 Hoge Raad 11 juni 2010

Een alinea uit Hoge Raad 11 juni 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL8513.

3.3.1 De onderdelen 1.1 en 1.2, die zich met rechtsklachten richten tegen rov. 3.3, 3.4 en 3.7 van het arrest, berusten kennelijk op de opvatting dat het hof de maatregel niet rechtstreeks in strijd heeft geacht met de Verordening en dat de vrijheid die in beginsel aan de lidstaten toekomt om belastingmaatregelen te treffen slechts zijn grens daar vindt waar deze maatregelen in strijd zijn met het EG-Verdrag. De onderdelen kunnen niet tot cassatie leiden. Het hof heeft in zijn overwegingen onmiskenbaar tot uitdrukking gebracht dat het van oordeel is dat de maatregel in strijd is met de Verordening. Voorts is onjuist de opvatting dat een maatregel als de onderhavige niet wegens strijd met afgeleid gemeenschapsrecht, zoals de Verordening, onverbindend kan zijn.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/33dda6840e7bbbda9bd12d41663c136b57c403ecad5148d1023d52151daf3902. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 33dda6840e7bbbda9bd12d41663c136b57c403ecad5148d1023d52151daf3902, en de alinea staat in dat document op bytes 24970 tot 25752.