Citaat | Hoge Raad 11 juni 2010
Alinea 83 Hoge Raad 11 juni 2010
Een alinea uit Hoge Raad 11 juni 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL8513.
3.3.3 De onderdelen 2.1-2.7 nemen uitdrukkelijk tot uitgangspunt dat het oordeel van het hof aldus moet worden begrepen dat door de maatregel de verwezenlijking van de doelstellingen van het EG-Verdrag in gevaar wordt gebracht op een in art. 10 EG bedoelde wijze en achten dat, in het bijzonder in rov. 3.7 verwoorde, oordeel onjuist of onbegrijpelijk. De onderdelen missen feitelijke grondslag. De overwegingen van het hof laten - ook al gebruikt het een terminologie ('het nuttig effect') die in het gemeenschapsrecht wordt gebezigd in verband met art. 10 EG - niet de conclusie toe dat het de maatregel in strijd heeft geacht met art. 10 EG. Het hof heeft immers met zoveel woorden geoordeeld dat de maatregel onverenigbaar is met de Verordening.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/33dda6840e7bbbda9bd12d41663c136b57c403ecad5148d1023d52151daf3902. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 33dda6840e7bbbda9bd12d41663c136b57c403ecad5148d1023d52151daf3902, en de alinea staat in dat document op bytes 25973 tot 26735.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/33dda6840e7bbbda9bd12d41663c136b57c403ecad5148d1023d52151daf3902 | shasum -a 256