Citaat | Hoge Raad 13 juli 2010
Alinea 30 Hoge Raad 13 juli 2010
Een alinea uit Hoge Raad 13 juli 2010, ECLI:NL:HR:2010:BL9105.
De verdediging heeft ter terechtzitting betoogd dat de benadeelde partij inmiddels is overleden en dat derhalve de vordering - bestaande uit immateriële schade - niet kan worden toegewezen. Het hof overweegt hieromtrent als volgt. De raadsvrouw heeft ter terechtzitting medegedeeld, dat zij haar mededeling dat de benadeelde partij is overleden niet kan staven met enig schriftelijk stuk. Nu ook overigens uit het onderzoek ter terechtzitting niet is gebleken van het overlijden van de benadeelde partij, wordt dit verweer door het hof verworpen. Uit het onderzoek ter terechtzitting is het hof voldoende gebleken dat de benadeelde partij [slachtoffer] als gevolg van verdachtes bewezen verklaarde handelen rechtstreeks schade heeft geleden tot na te melden bedrag. Verdachte is tot vergoeding van die schade gehouden zodat de vordering tot dat bedrag toewijsbaar is. Het hof ziet aanleiding ter zake de maatregel van artikel 36f Wetboek van Strafrecht op te leggen als na te melden. Verdachte is naar burgerlijk recht aansprakelijk voor de schade die door het strafbare feit is toegebracht."
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dcd9fa03e3726269d35f647ad0da840f9bd70c2ea8807757a7fd62ba98ed6377. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dcd9fa03e3726269d35f647ad0da840f9bd70c2ea8807757a7fd62ba98ed6377, en de alinea staat in dat document op bytes 11235 tot 12341.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/dcd9fa03e3726269d35f647ad0da840f9bd70c2ea8807757a7fd62ba98ed6377 | shasum -a 256