Citaat | Hoge Raad 13 juli 2010

Alinea 84 Hoge Raad 13 juli 2010

Een alinea uit Hoge Raad 13 juli 2010, ECLI:NL:HR:2010:BM4443.

[Betrokkene 3] heeft verklaard dat hij op dinsdag 13 maart 2007 samen met zijn neef [slachtoffer] naar de bakkerij is gegaan, dat hij daar een Iraanse en een Marokkaanse man zag en dat [slachtoffer] met hen is meegegaan (15). De Iraanse en de Marokkaanse man vertelden aan hem en aan zijn zwager, [betrokkene 2], dat ze 2000 hennepplantjes of 100 kilo hennep of € 300.000 wilden hebben. Op dinsdag 13 en woensdag 14 maart 2007 is hij drie keer opgebeld en is tegen hem gezegd dat hij tot woensdag 14 maart 2007 om 14.00 uur de tijd had om voor het geld of de hennep te zorgen. Op woensdag 14 maart 2007 is hij eerst gebeld door een Marokkaanse man en korte tijd later door een Turkse man, genaamd [betrokkene 4] en eigenaar van garage [A]. [Betrokkene 4] vroeg hem naar het [c-straat] te komen. Hij is met [betrokkene 2] naar een café op het [c-straat] gegaan. [betrokkene 4] zei dat hij wilde bemiddelen als tolk. Ze moesten de hennep teruggeven en dan zou hij met 11/2 uur [slachtoffer] terugbrengen. Hij heeft de Turkse vriend van [slachtoffer] gebeld, die zei dat de hennep in Apeldoorn was. Ze zijn vervolgens naar Apeldoorn gereden.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cdcdfa09d827ce85253aa0150151f150dbe2a517135069cdc671da80bdcf4091. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cdcdfa09d827ce85253aa0150151f150dbe2a517135069cdc671da80bdcf4091, en de alinea staat in dat document op bytes 25431 tot 26585.