Citaat | Hoge Raad 22 oktober 2010

Alinea 51 Hoge Raad 22 oktober 2010

Een alinea uit Hoge Raad 22 oktober 2010, ECLI:NL:HR:2010:BM8933.

Daartoe overwoog het hof dat het zich met de (hiervoor in 3.3.1 weergegeven) oordelen van de rechtbank in het tussenvonnis van 24 augustus 2005 verenigt (rov. 3.1 en 3.2), en stelde het voorop dat het bij de beantwoording van de vraag wat partijen ten tijde van de vestiging van het opstalrecht met betrekking tot de duur daarvan zijn overeengekomen, aankomt op de in de notariële akte van vestiging van het recht van opstal tot uitdrukking gebrachte partijbedoeling, die moet worden afgeleid uit de in die akte opgenomen, naar objectieve maatstaven in het licht van de gehele inhoud van de akte uit te leggen omschrijving van de duur van het opstalrecht (rov. 3). Vervolgens overwoog het hof als volgt in rov. 3.3 - 3.6:

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/36ab174d82f502e78e68f05cc5968069e9fbfd4f13080196ffb31b538c7b75bf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 36ab174d82f502e78e68f05cc5968069e9fbfd4f13080196ffb31b538c7b75bf, en de alinea staat in dat document op bytes 16205 tot 16940.