Citaat | Hoge Raad 22 oktober 2010
Alinea 69 Hoge Raad 22 oktober 2010
Een alinea uit Hoge Raad 22 oktober 2010, ECLI:NL:HR:2010:BM8933.
Gelet op het vorenstaande geeft blijk van een onjuiste rechtsopvatting 's hofs oordeel dat, gegeven de aan de hand van de objectieve uitlegmaatstaf vastgestelde partijbedoeling, geen plaats meer is voor bewijslevering met betrekking tot de partijbedoeling bij het sluiten van de overeenkomst waarvan het vestigen van het recht van opstal deel uitmaakte, wat betreft de duur van het opstalrecht (rov. 3.4). Datzelfde geldt voor het oordeel van het hof dat, voor zover [eiseres] met haar beroep op misbruik van bevoegdheid het oog heeft op de door haar gestelde omstandigheid dat partijen bij het vestigen van het opstalrecht een andere bedoeling met betrekking tot de duur van het opstalrecht hadden dan die welke uit de vestigingsakte blijkt, dit verweer haar niet kan baten "nu blijkens het vooroverwogene de partijbedoeling vast staat" (rov. 3.5). Het hof heeft aldus ten onrechte een onderzoek naar de inhoud van de obligatoire overeenkomst achterwege gelaten, althans ten onrechte de inhoud daarvan vastgesteld aan de hand van de objectieve uitlegmaatstaf in plaats van de Haviltex-maatstaf.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/36ab174d82f502e78e68f05cc5968069e9fbfd4f13080196ffb31b538c7b75bf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 36ab174d82f502e78e68f05cc5968069e9fbfd4f13080196ffb31b538c7b75bf, en de alinea staat in dat document op bytes 31031 tot 32140.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/36ab174d82f502e78e68f05cc5968069e9fbfd4f13080196ffb31b538c7b75bf | shasum -a 256