Citaat | Hoge Raad 22 oktober 2010

Alinea 70 Hoge Raad 22 oktober 2010

Een alinea uit Hoge Raad 22 oktober 2010, ECLI:NL:HR:2010:BM8933.

Gelet op de opbouw van 's hofs arrest kan niet aangenomen worden dat het hof met het slot van rov. 3.4 - waar het "nog in aanmerking neemt" dat partijen destijds over de formulering van de duurbepaling correspondentie hebben gevoerd waarin het percentage van 30 voorkomt en dat bestuurders van partijen bij het verlijden van de vestigingsakte in persoon aanwezig zijn geweest - bedoeld heeft te overwegen dat de door [eiseres] verdedigde uitleg van de obligatoire overeenkomst op grond van de door het hof vermelde omstandigheden aan de hand van de Haviltex-maatstaf verworpen moet worden en dat daarom geen plaats meer is voor bewijslevering; een dergelijk oordeel zou overigens onbegrijpelijk zijn in het licht van al hetgeen [eiseres] ter ondersteuning van haar stelling heeft aangevoerd en zo nodig wil bewijzen (vgl. de hiervoor in 4.2.1 vermelde stellingen waarop [eiseres] zich in onderdeel 6 beroept).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/36ab174d82f502e78e68f05cc5968069e9fbfd4f13080196ffb31b538c7b75bf. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 36ab174d82f502e78e68f05cc5968069e9fbfd4f13080196ffb31b538c7b75bf, en de alinea staat in dat document op bytes 32148 tot 33071.