Citaat | Hoge Raad 26 november 2010

Alinea 22 Hoge Raad 26 november 2010

Een alinea uit Hoge Raad 26 november 2010, ECLI:NL:HR:2010:BM9268.

3.3.1. Het middel slaagt. Het gaat hier om een geval waarin (a) een voormalig werknemer na het einde van zijn dienstbetrekking op vrijwillige basis de deelname aan de pensioenverzekering van zijn voormalige werkgever voortzet, en (b) de aanspraak op uitkeringen die hij daarmee verkrijgt geen aanspraak is op een pensioen als bedoeld in artikel 18 van de Wet LB 1964, in verband waarmee de uitkeringen niet zijn aan te merken als loon in de zin van die wet. In een dergelijk geval houdt de premie die de voormalige werknemer voor zijn voortgezette deelname aan de pensioenverzekering betaalt onvoldoende verband met zijn voormalige dienstbetrekking om als negatief loon te kunnen worden aangemerkt. Het Hof heeft met zijn in 3.2 weergegeven oordeel dan ook blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/ce26d68ad7f1db457cf5c30a9971c22eb40f56f55ae62a4a66930b00211332b5. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt ce26d68ad7f1db457cf5c30a9971c22eb40f56f55ae62a4a66930b00211332b5, en de alinea staat in dat document op bytes 9943 tot 10760.