Citaat | Hoge Raad 17 december 2010

Alinea 54 Hoge Raad 17 december 2010

Een alinea uit Hoge Raad 17 december 2010, ECLI:NL:HR:2010:BO1815.

3.2.5 Deze opvatting is in haar algemeenheid onjuist. Erfgenamen zijn bevoegd om na het overlijden van hun erflater die partij is in een procedure, deze procedure in dezelfde instantie voort te zetten op naam van de erflater, maar zij mogen ook verschijnen als de gezamenlijke erfgenamen van de erflater. Dit volgt mede uit art. 53 Rv. dat - als aan de daarin opgenomen voorwaarden is voldaan - collectieve dagvaarding van de erfgenamen toelaat zonder bekendmaking van hun namen en woonplaatsen. Met de aanduiding van de gezamenlijke erfgenamen, vertegenwoordigd door een advocaat, is in beginsel voldoende duidelijk wie als procespartij is verschenen. Het ontbreken van de namen van de erfgenamen kan niet leiden tot een geslaagd beroep op niet-ontvankelijkheid. Daarop stuit het onderdeel af.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e29cc412325b15c52994e2b3a07c6456ceb7b59c9a6df1dd02f60abb51eb4994. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e29cc412325b15c52994e2b3a07c6456ceb7b59c9a6df1dd02f60abb51eb4994, en de alinea staat in dat document op bytes 13421 tot 14229.