Citaat | Hoge Raad 24 december 2010
Alinea 44 Hoge Raad 24 december 2010
Een alinea uit Hoge Raad 24 december 2010, ECLI:NL:HR:2010:BO2420.
3.3.2 Het middel gaat terecht ervan uit dat het gebruik maken van een verkregen toestemming voor ontslag teneinde de arbeidsverhouding te beëindigen op een wijze die onverenigbaar is met (het stelsel van) het geldende ontslagrecht, een omstandigheid is die van belang is bij de beoordeling van de gestelde kennelijke onredelijkheid van het ontslag. Het hof heeft dienovereenkomstig onderzocht of de werkgever, niettegenstaande de door de CWI voor de beëindiging van de arbeidsverhouding gegeven toestemming, kennelijk onredelijk handelt door gebruik te maken van de toestemming die blijkens de daarbij vermelde premisse van wederindienstneming onder gewijzigde arbeidsvoorwaarden in wezen niet strekt tot beëindiging van de arbeidsverhouding maar tot wijziging daarvan (hierna kortweg: wijzigingsontslag). Het hof heeft vervolgens geoordeeld dat aan de ondeelbaarheid van de arbeidsverhouding, waarop [eiser] zich in dit verband beriep, geen afbreuk is gedaan en dat het ontslag ook niet is gegeven in strijd met bepalingen van het Ontslagbesluit.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e2e3cf3d4e7bed98fdcf035a5902376e54b455f069181480ea92d3ed7a7e4172. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e2e3cf3d4e7bed98fdcf035a5902376e54b455f069181480ea92d3ed7a7e4172, en de alinea staat in dat document op bytes 12082 tot 13146.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e2e3cf3d4e7bed98fdcf035a5902376e54b455f069181480ea92d3ed7a7e4172 | shasum -a 256