Citaat | Hoge Raad 21 december 2010

Alinea 53 Hoge Raad 21 december 2010

Een alinea uit Hoge Raad 21 december 2010, ECLI:NL:HR:2010:BO8202.

Uit hetgeen hiervoor is weergegeven onder "Vaststaande feiten" leidt het hof af dat de politie voorafgaand aan het binnentreden in de woning van de verdachte op de hoogte was van de plaats waar de later in beslag genomen verdovende middelen zich bevonden (te weten: in een bepaalde kamer in een concreet aangeduide kast) en heeft men zich, na het binnentreden van het pand [a-straat 1] de toegang verschaft tot die kamer, waarna die kastdeur waarachter de drugs zouden liggen, is geopend. Onder die omstandigheden is er, naar het oordeel van het hof geen sprake geweest van een doorzoeking. Er behoefde niet gezocht te worden; er was veeleer sprake van het "ophalen" van voor inbeslagneming vatbare waar.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/c80e51cdccfe43944582ffe0c30a16eba0769608565f869deafcae2aad0f3252. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt c80e51cdccfe43944582ffe0c30a16eba0769608565f869deafcae2aad0f3252, en de alinea staat in dat document op bytes 13741 tot 14458.