Citaat | Hoge Raad 21 januari 2011

Alinea 36 Hoge Raad 21 januari 2011

Een alinea uit Hoge Raad 21 januari 2011, ECLI:NL:HR:2011:BL0202.

5.3. Middel V klaagt erover dat het Hof ten onrechte onbehandeld heeft gelaten de door belanghebbende voor het Hof ingenomen stelling dat artikel 36, lid 4, van de Invorderingswet, gelet op het arrest van het Hof van Justitie van 11 mei 2006, Federation of Technological Industries e.a., C-384/04, V-N 2006/27.14, niet in overeenstemming is met artikel 21, lid 3, van de Zesde richtlijn, omdat het in eerstgenoemde bepaling opgenomen bewijsvermoeden en de tevens in die bepaling opgenomen beperking van de mogelijkheid om dat vermoeden te weerleggen, strijdig zijn met communautaire rechtsbeginselen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d6cc8252927c29e50e5b3f53293993032c7e9686147b006fd583e691775ecafc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d6cc8252927c29e50e5b3f53293993032c7e9686147b006fd583e691775ecafc, en de alinea staat in dat document op bytes 14490 tot 15103.