Citaat | Hoge Raad 11 maart 2011
Alinea 46 Hoge Raad 11 maart 2011
Een alinea uit Hoge Raad 11 maart 2011, ECLI:NL:HR:2011:BN9967.
3.2.1 [Verweerder] heeft gevorderd dat - naast [C] B.V. en [A] B.V. ook - [eiser] in persoon zal worden veroordeeld hem de schade te vergoeden die hij heeft geleden als gevolg van de door [betrokkene 1] gepleegde fraude. Hij stelt dat hij in de veronderstelling verkeerde dat [betrokkene 1] handelde namens [B], onder welke handelsnaam [eiser] zijn eenmansbedrijf voert. De gelden die zouden vrijkomen uit door hem afgesloten hypothecaire geldleningen - voor de afwikkeling waarvan hij ([verweerder]) notaris [betrokkene 2] had ingeschakeld - zouden volgens [betrokkene 1] door het Assurantiekantoor voor hem in een door [eiser] beheerd Aegon Deposito Fund worden gestort. In de gegeven omstandigheden is [eiser] voor de door [betrokkene 1] tegenover hem gepleegde onrechtmatige daad aansprakelijk op de voet van artikel 6:170, 6:171 of 6:172 BW, aldus nog steeds [verweerder].
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e2ae6dba54b2789181e496841077265fa14355cc8a78f6608074881ee4d879f9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e2ae6dba54b2789181e496841077265fa14355cc8a78f6608074881ee4d879f9, en de alinea staat in dat document op bytes 9936 tot 10827.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e2ae6dba54b2789181e496841077265fa14355cc8a78f6608074881ee4d879f9 | shasum -a 256