Citaat | Hoge Raad 11 maart 2011

Alinea 49 Hoge Raad 11 maart 2011

Een alinea uit Hoge Raad 11 maart 2011, ECLI:NL:HR:2011:BN9967.

Met name heeft hij zich erop beroepen dat [betrokkene 1] niet in dienst was van [B] en onbevoegd gebruik heeft gemaakt van haar briefpapier. Het door [betrokkene 1] gebruikte visitekaartje was vervalst. Voorts heeft [eiser] een beroep gedaan op de omstandigheid dat op het door [betrokkene 1] gebruikte briefpapier het nummer stond waaronder [A] B.V. bij de Kamer van Koophandel is ingeschreven. Verder heeft hij gesteld dat [verweerder] eerder zaken had gedaan met [betrokkene 1] waarbij over en weer rechtstreekse betalingen plaatsvonden, dat [eiser] niets met enige afspraak tussen [verweerder] en [betrokkene 1] van doen had, dat [verweerder] dus niet zozeer op [eiser], maar op [betrokkene 1] zelf vertrouwde, en dat de betaling van [verweerder], zoals neergelegd in de door hem ondertekende opdracht, op een privé-rekening van [betrokkene 1] zou worden gestort, en ook is gestort.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e2ae6dba54b2789181e496841077265fa14355cc8a78f6608074881ee4d879f9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e2ae6dba54b2789181e496841077265fa14355cc8a78f6608074881ee4d879f9, en de alinea staat in dat document op bytes 12065 tot 12965.