Citaat | Hoge Raad 11 maart 2011

Alinea 56 Hoge Raad 11 maart 2011

Een alinea uit Hoge Raad 11 maart 2011, ECLI:NL:HR:2011:BN9967.

Aan deze toedoeneis is echter niet uitsluitend voldaan indien sprake is van verklaringen of gedragingen van de (pseudo) vertegenwoordigde, maar ook indien sprake is van feiten of omstandigheden die in zijn risicosfeer liggen. Aan dit toedoenvereiste is in de gegeven omstandigheden voldaan. Indien [betrokkene 1] onbevoegd briefpapier heeft gebruikt van [B], komt dit in de gegeven omstandigheden voor risico van [eiser]. Het enkele feit dat op het gebruikte briefpapier het nummer stond vermeld waaronder [A] B.V. bij de Kamer van Koophandel staat ingeschreven, betekent niet dat het voor [verweerder] duidelijk had moeten zijn dat het briefpapier niet van [B] was. Evenmin kan [verweerder] worden tegengeworpen dat [betrokkene 1] niet in dienst was van [eiser] omdat het voor een gemiddelde burger niet zonder meer duidelijk is wat wel en niet tot het takenpakket van een assurantiekantoor behoort, en [eiser] zelf op zijn website vermeldt dat hij alle financiële diensten verleent, waaronder bemiddeling bij het afsluiten van hypotheken. Onder de gegeven omstandigheden, zo overwoog het hof ten slotte, is voldoende functioneel verband aanwezig tussen de uitoefening van de pseudo-vertegenwoordigingsbevoegdheid en de gemaakte fout (rov. 6-15).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e2ae6dba54b2789181e496841077265fa14355cc8a78f6608074881ee4d879f9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e2ae6dba54b2789181e496841077265fa14355cc8a78f6608074881ee4d879f9, en de alinea staat in dat document op bytes 16509 tot 17770.