Citaat | Hoge Raad 11 maart 2011
Alinea 64 Hoge Raad 11 maart 2011
Een alinea uit Hoge Raad 11 maart 2011, ECLI:NL:HR:2011:BN9967.
3.7 De omstandigheid dat onderdeel 1.1 doel treft, brengt echter niet zonder meer mee dat het tot cassatie leidt. [Verweerder] heeft zich immers subsidiair op art. 3:61 lid 2 BW beroepen, stellende dat hij op grond van aan [eiser] toerekenbare omstandigheden redelijkerwijs mocht vertrouwen dat hij (via [betrokkene 1]) een contractuele adviesrelatie met [B] is aangegaan, in welk kader de onbevoegd door [betrokkene 1] aan de notaris gegeven betalingsinstructie in de gegeven omstandigheden aan [eiser] moet worden toegerekend, zodat deze laatste wanprestatie jegens hem ([verweerder]) heeft gepleegd. [Verweerder] heeft voorts onbetwist aangevoerd dat hij de thans gevorderde schade heeft geleden doordat de notaris deze betalingsinstructie heeft opgevolgd. Onderdeel 1.1 kan dan ook niet tot cassatie leiden indien het oordeel van het hof over de aansprakelijkheid van [eiser] stand houdt op deze subsidiaire grondslag.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e2ae6dba54b2789181e496841077265fa14355cc8a78f6608074881ee4d879f9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e2ae6dba54b2789181e496841077265fa14355cc8a78f6608074881ee4d879f9, en de alinea staat in dat document op bytes 21227 tot 22162.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e2ae6dba54b2789181e496841077265fa14355cc8a78f6608074881ee4d879f9 | shasum -a 256