Citaat | Hoge Raad 11 maart 2011

Alinea 65 Hoge Raad 11 maart 2011

Een alinea uit Hoge Raad 11 maart 2011, ECLI:NL:HR:2011:BN9967.

Nu het hof heeft geoordeeld dat het beroep van [verweerder] op art. 3:61 lid 2 onder de door het hof vastgestelde, hiervoor in 3.3 onder (b) zakelijk weergegeven, omstandigheden van het geval gerechtvaardigd is, laat zulks geen andere gevolgtrekking toe dan dat door het optreden van [betrokkene 1] (het namens [B] adviseren over het sluiten van een hypothecaire geldlening), hoezeer onbevoegd, op de voet van art. 3:61 lid 2 een contractuele band is ontstaan tussen [verweerder] en [eiser]. Dat brengt mee dat het (frauduleuze) handelen van [betrokkene 1], verricht in het kader van de adviesrelatie met [verweerder], aangemerkt moet worden als wanprestatie van [eiser], nu aldus jegens [verweerder] niet is gehandeld zoals een redelijk handelend en redelijk bekwame beroepsbeoefenaar behoorde te doen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e2ae6dba54b2789181e496841077265fa14355cc8a78f6608074881ee4d879f9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e2ae6dba54b2789181e496841077265fa14355cc8a78f6608074881ee4d879f9, en de alinea staat in dat document op bytes 22170 tot 22986.