Citaat | Hoge Raad 11 maart 2011
Alinea 67 Hoge Raad 11 maart 2011
Een alinea uit Hoge Raad 11 maart 2011, ECLI:NL:HR:2011:BN9967.
3.8 Volgens de onderdelen 2.1 en 2.2 heeft het hof miskend dat voor een geslaagd beroep op art. 3:61 lid 2 sprake dient te zijn van toedoen van de zijde van [eiser], althans zijn oordeel dat van dergelijk toedoen sprake is, onvoldoende gemotiveerd. Anders dan de onderdelen tot uitgangspunt nemen, kan evenwel voor toerekening van schijn van volmachtverlening aan een onbevoegd vertegenwoordigde persoon ook plaats zijn indien de derde gerechtvaardigd heeft vertrouwd dat een toereikende volmacht was verleend op grond van feiten en omstandigheden die voor risico van de onbevoegd vertegenwoordigde partij komen en waaruit naar verkeersopvattingen de schijn van vertegenwoordigingsbevoegdheid kan worden afgeleid (vgl. HR 19 februari 2010, LJN BK7671, NJ 2010/115). Het hof is klaarblijkelijk van deze maatstaf uitgegaan, en heeft zijn (hiervoor in 3.3 onder (b) weergegeven) oordeel dat in de omstandigheden van dit geval aan deze maatstaf is voldaan, toereikend gemotiveerd. De onderdelen falen derhalve.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e2ae6dba54b2789181e496841077265fa14355cc8a78f6608074881ee4d879f9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e2ae6dba54b2789181e496841077265fa14355cc8a78f6608074881ee4d879f9, en de alinea staat in dat document op bytes 23206 tot 24225.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/e2ae6dba54b2789181e496841077265fa14355cc8a78f6608074881ee4d879f9 | shasum -a 256