Citaat | Hoge Raad 11 maart 2011

Alinea 68 Hoge Raad 11 maart 2011

Een alinea uit Hoge Raad 11 maart 2011, ECLI:NL:HR:2011:BN9967.

3.9 Onderdeel 2.4 houdt de klacht in dat het oordeel van het hof onvoldoende is gemotiveerd, nu het hof niet (kenbaar) is ingegaan op de stellingen van [eiser] (a) dat [verweerder] eerder zaken had gedaan met [betrokkene 1] waarbij over en weer rechtstreekse betalingen plaatsvonden, (b) [eiser] niets met enige afspraak tussen [verweerder] en [betrokkene 1] van doen had, (c) [verweerder] hierom niet zozeer op [eiser], maar op [betrokkene 1] zelf vertrouwde, en (d) dat de betaling van [verweerder], zoals neergelegd in de door hem ondertekende opdracht, op een privé-rekening van [betrokkene 1] zou worden gestort, en ook is gestort.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e2ae6dba54b2789181e496841077265fa14355cc8a78f6608074881ee4d879f9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e2ae6dba54b2789181e496841077265fa14355cc8a78f6608074881ee4d879f9, en de alinea staat in dat document op bytes 24245 tot 24895.