Citaat | Hoge Raad 11 januari 2011

Alinea 44 Hoge Raad 11 januari 2011

Een alinea uit Hoge Raad 11 januari 2011, ECLI:NL:HR:2011:BO1584.

2.3. In een geval waarin in de appelschriftuur als bedoeld in art. 410, eerste lid, Sv, een opgave van getuigen wordt gedaan, dient de rechter, gelet op art. 418, eerste lid, Sv, behoudens de zich hier niet voordoende uitzondering van art. 418, tweede lid, Sv de in art. 288, eerste lid, Sv voorziene maatstaf te hanteren. Voor het onderhavige geval betekent dit dat het Hof onder ogen had te zien of redelijkerwijs valt aan te nemen dat door het afzien van de oproeping van de runners en informanten als getuigen de verdachte niet in zijn verdediging wordt geschaad. Het Hof heeft dus een onjuiste maatstaf gehanteerd.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/58ca843c49fe25cc51b8275102180af395e7f428e60a2434f0272605a8f62498. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 58ca843c49fe25cc51b8275102180af395e7f428e60a2434f0272605a8f62498, en de alinea staat in dat document op bytes 10903 tot 11535.