Citaat | Hoge Raad 26 april 2011
Alinea 55 Hoge Raad 26 april 2011
Een alinea uit Hoge Raad 26 april 2011, ECLI:NL:HR:2011:BO1633.
2.4.3. Ter illustratie van die in de memorie van toelichting genoemde "veelheid en diversiteit van de raadkamerprocedures" kan worden gewezen op de eerste en de laatste raadkamerprocedure die in het Wetboek van Strafvordering zijn geregeld. De eerste betreft de behandeling van het beklag over een beslissing tot niet (verdere) vervolging. Dienaangaande is in art. 12f, eerste lid, Sv bepaald dat de klager en de persoon wiens vervolging wordt verlangd, zich in raadkamer kunnen doen bijstaan en dat zij zich kunnen doen vertegenwoordigen door een advocaat of door een bijzonderlijk gevolmachtigde derde. De laatste, in art. 591a van het Wetboek voorziene raadkamerprocedure betreft de behandeling van het verzoek tot vergoeding van door de gewezen verdachte gemaakte kosten. De bepalingen die de behandeling van dit verzoek regelen, bevatten geen van art. 23 Sv afwijkende voorschriften omtrent de verlening van bijstand en evenmin voorzien zij in vertegenwoordiging, hetzij door een advocaat hetzij door een derde. Daaraan kan nog worden toegevoegd dat in onder meer HR 4 december 1979, NJ 1980/160 is aangenomen dat de wetgever wat betreft de indiening van een dergelijk verzoek niet heeft willen weten van vertegenwoordiging.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6f6003cb7f472947e3bc9e6e7e74e36206ca280e0e299cdf6df57b683befccdc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6f6003cb7f472947e3bc9e6e7e74e36206ca280e0e299cdf6df57b683befccdc, en de alinea staat in dat document op bytes 12818 tot 14060.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/6f6003cb7f472947e3bc9e6e7e74e36206ca280e0e299cdf6df57b683befccdc | shasum -a 256