Citaat | Hoge Raad 26 april 2011

Alinea 57 Hoge Raad 26 april 2011

Een alinea uit Hoge Raad 26 april 2011, ECLI:NL:HR:2011:BO1633.

2.5.2. De Hoge Raad is van oordeel dat een redelijke, aan de eisen van een goede procesorde beantwoordende en met het stelsel van de wet verenigbare wetstoepassing meebrengt dat als uitgangspunt heeft te gelden dat in raadkamerprocedures de procesdeelnemer die bij de behandeling door de raadkamer niet is verschenen, zich aldaar kan laten vertegenwoordigen door een raadsman of advocaat mits deze verklaart daartoe uitdrukkelijk te zijn gemachtigd, onverminderd de bevoegdheid van de raadkamer te bevelen dat de procesdeelnemer in persoon zal verschijnen in geval zij het wenselijk acht dat hij bij de behandeling aanwezig is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6f6003cb7f472947e3bc9e6e7e74e36206ca280e0e299cdf6df57b683befccdc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6f6003cb7f472947e3bc9e6e7e74e36206ca280e0e299cdf6df57b683befccdc, en de alinea staat in dat document op bytes 14308 tot 14948.