Citaat | Hoge Raad 26 april 2011

Alinea 62 Hoge Raad 26 april 2011

Een alinea uit Hoge Raad 26 april 2011, ECLI:NL:HR:2011:BO1633.

(ii) de klacht dat de Rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de twee niet-verschenen klaagsters zich niet door mr. Van Oppen mochten laten vertegenwoordigen, steunt op een verkeerde lezing van voormeld proces-verbaal van de behandeling in raadkamer. Dit proces-verbaal houdt immers in dat "als raadsman van klagers (...) aanwezig (is) mr. C.G.J. van Oppen". Daarmee heeft de Rechtbank tot uitdrukking gebracht dat zij ermee heeft ingestemd dat mr. Van Oppen in raadkamer de beide niet-verschenen klaagsters als raadsman vertegenwoordigt. De klacht mist dus feitelijke grondslag.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/6f6003cb7f472947e3bc9e6e7e74e36206ca280e0e299cdf6df57b683befccdc. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 6f6003cb7f472947e3bc9e6e7e74e36206ca280e0e299cdf6df57b683befccdc, en de alinea staat in dat document op bytes 16432 tot 17028.