Citaat | Hoge Raad 26 april 2011
Alinea 26 Hoge Raad 26 april 2011
Een alinea uit Hoge Raad 26 april 2011, ECLI:NL:HR:2011:BO2593.
Toen ik mijn Tom Tom terug had, liep ik terug naar mijn auto waar ik merkte dat mijn telefoon ook weg was. Verderop trof ik de jongen opnieuw. Ik confronteerde de jongen met het feit dat mijn telefoon ook weg was. Toen ik na enkele minuten de jongen nogmaals voorbij zag rijden, zag ik dat hij zijn middelvinger opstak. Ik heb een omstander gevraagd de politie te bellen. Vervolgens werd de jongen agressief en zei tegen mij: "Je telefoon ligt in de auto". De jongen bewoog zich in de richting van mijn auto. Ik dacht dat hij de telefoon wilde aanwijzen, waarop ik de jongen losliet. Nadat ik de jongen had losgelaten, rende de jongen naar de omstander die in gesprek was met de politie. Na een worsteling tussen beiden rende de omstander weg en de jongen rende achter hem aan.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f6fd240ecb3ef8f0f2bc31d2bcef00ea485405e7f14aecf953668c5a30d6d59c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f6fd240ecb3ef8f0f2bc31d2bcef00ea485405e7f14aecf953668c5a30d6d59c, en de alinea staat in dat document op bytes 8026 tot 8816.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/f6fd240ecb3ef8f0f2bc31d2bcef00ea485405e7f14aecf953668c5a30d6d59c | shasum -a 256