Citaat | Hoge Raad 26 april 2011

Alinea 39 Hoge Raad 26 april 2011

Een alinea uit Hoge Raad 26 april 2011, ECLI:NL:HR:2011:BO2593.

"Op 22 november 2007 liepen mijn vriendin [getuige 2] en ik over de Admiralengracht (het hof begrijpt: te Amsterdam) toen ik een witte bestelbus een fietser voorbij zag rijden. Ik zag dat deze bestelbus omdraaide, richting fietser reed en zijn portier opende. Ik zag dat een man uit de bestelbus stapte en de jongen op de fiets vastpakte. Ik stond op nog geen vijf meter van de man en de jongen af. De man vroeg mij of ik de politie wilde bellen omdat deze jongen zijn telefoon gestolen zou hebben. Ik belde de politie met mijn gsm. Ik denk dat wij ongeveer 25 meter van de auto vandaan waren, toen ik iemand aan hoorde komen rennen. Ik zag dat het de jongen van de fiets was. Ik voelde en zag dat de jongen mij met zijn beide armen vasthield. Ik was nog aan het bellen met de politie. Ik zag dat hij probeerde mijn gsm te pakken te krijgen. Ik had het idee dat hij mij wilde belemmeren de politie te bellen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f6fd240ecb3ef8f0f2bc31d2bcef00ea485405e7f14aecf953668c5a30d6d59c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f6fd240ecb3ef8f0f2bc31d2bcef00ea485405e7f14aecf953668c5a30d6d59c, en de alinea staat in dat document op bytes 10627 tot 11548.