Citaat | Hoge Raad 26 april 2011

Alinea 94 Hoge Raad 26 april 2011

Een alinea uit Hoge Raad 26 april 2011, ECLI:NL:HR:2011:BO2593.

5.2. Het middel is gegrond. Voorts doet de Hoge Raad in deze zaak waarin het strafrecht voor jeugdigen is toegepast, uitspraak nadat meer dan zestien maanden zijn verstreken na het instellen van het cassatieberoep. Een en ander brengt mee dat de redelijke termijn als bedoeld in art. 6, eerste lid, EVRM is overschreden. Gelet op de aan de verdachte opgelegde jeugddetentie voor de duur van dertig dagen en de mate waarin de redelijke termijn is overschreden, is er geen aanleiding om aan het oordeel dat de redelijke termijn is overschreden enig rechtsgevolg te verbinden en zal de Hoge Raad met dat oordeel volstaan.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f6fd240ecb3ef8f0f2bc31d2bcef00ea485405e7f14aecf953668c5a30d6d59c. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f6fd240ecb3ef8f0f2bc31d2bcef00ea485405e7f14aecf953668c5a30d6d59c, en de alinea staat in dat document op bytes 20292 tot 20923.