Citaat | Hoge Raad 29 maart 2011

Alinea 101 Hoge Raad 29 maart 2011

Een alinea uit Hoge Raad 29 maart 2011, ECLI:NL:HR:2011:BO2628.

Ook in de onderhavige strafzaak heeft verdachte tijdens zijn verhoor voor de hulpofficier van justitie op 10 februari 2005 (Bijlage verd. 1-02) verklaard dat het geld afkomstig is van grondverkopen van zijn familie in Marokko. Er was volgens verdachte niet bekend wie van zijn familie voor welk deel gerechtigd was. Er waren volgens verdachte drie hoofdpersonen, te weten zijn vader, zijn oom en tante. Zij waren eigenaar van de grond en het kapitaal was dus van hen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d3cd35cbc17eb975d61c7ac084a3882cc9666b2cb29b351b58fc107b6bb1af08. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d3cd35cbc17eb975d61c7ac084a3882cc9666b2cb29b351b58fc107b6bb1af08, en de alinea staat in dat document op bytes 27832 tot 28312.