Citaat | Hoge Raad 29 maart 2011
Alinea 104 Hoge Raad 29 maart 2011
Een alinea uit Hoge Raad 29 maart 2011, ECLI:NL:HR:2011:BO2628.
Tegenover het hof heeft verdachte nog aanvullend verklaard dat het land van zijn familie was en dat zijn familie bestond uit 160 personen. Zijn vader zou de Marokkaanse overheid niet vertrouwen en alles ontkennen. Verdachte wist niet wie de verkoop van het land regelde. Namens verdachte werd ter zitting van het hof van 20 september 2006 gesteld dat er alleen door het horen van de vader van verdachte duidelijkheid kon ontstaan over de verkoop van de grond en de opbrengsten daarvan. De vader van verdachte is drie keer in Marokko gehoord en wel op 17 april 2005, 23 augustus 2005 en 16 juli 2008.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d3cd35cbc17eb975d61c7ac084a3882cc9666b2cb29b351b58fc107b6bb1af08. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d3cd35cbc17eb975d61c7ac084a3882cc9666b2cb29b351b58fc107b6bb1af08, en de alinea staat in dat document op bytes 29779 tot 30391.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d3cd35cbc17eb975d61c7ac084a3882cc9666b2cb29b351b58fc107b6bb1af08 | shasum -a 256