Citaat | Hoge Raad 29 maart 2011
Alinea 111 Hoge Raad 29 maart 2011
Een alinea uit Hoge Raad 29 maart 2011, ECLI:NL:HR:2011:BO2628.
Het hof neemt voorts in aanmerking dat verdachte als enige aantoonbare bron sinds 1987 of 1988 beschikte over een WAO-uitkering - hij was 100% afgekeurd - van, naar hij tegenover de verbalisanten verklaarde, circa € 1.340,- per maand, terwijl zijn echtgenote bij een drukkerij werkte alwaar zij circa € 1.200,- netto per maand verdiende. Het hof leidt uit het vorenstaande af dat verdachte de legale bron van de gelden niet heeft kunnen aantonen, zodat het hof bewezen acht dat verdachte wilde verhullen dat de door hem in Nederland verworven en door hem naar Duitsland getransporteerde en op de bank aldaar gestorte gelden van enig misdrijf afkomstig waren. Dat dit laatste het geval was, wordt naar het oordeel van het hof ondersteund door het feit dat verdachte, zoals onder meer blijkt uit de verklaring van [betrokkene 1], aanzienlijke geldbedragen bestaande onder meer uit kleine coupures van € 5,-, € 10,- en € 20,- op de bank in Duitsland stortte.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d3cd35cbc17eb975d61c7ac084a3882cc9666b2cb29b351b58fc107b6bb1af08. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d3cd35cbc17eb975d61c7ac084a3882cc9666b2cb29b351b58fc107b6bb1af08, en de alinea staat in dat document op bytes 34593 tot 35571.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d3cd35cbc17eb975d61c7ac084a3882cc9666b2cb29b351b58fc107b6bb1af08 | shasum -a 256