Citaat | Hoge Raad 29 maart 2011
Alinea 116 Hoge Raad 29 maart 2011
Een alinea uit Hoge Raad 29 maart 2011, ECLI:NL:HR:2011:BO2628.
3.2. Voor zover het middel klaagt dat uit de bewezenverklaring en de bewijsvoering volgt dat het Hof bewezen heeft geacht dat de geldbedragen die de verdachte voorhanden heeft gehad, uitsluitend - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit de opbrengst van fiscale strafbare feiten, gaat het uit van een onjuiste lezing van de bestreden uitspraak, zodat die klacht feitelijke grondslag mist. Het Hof heeft immers met de onder het kopje "Fiscaal strafbare feiten" opgenomen bewijsoverweging kennelijk bedoeld tot uitdrukking te brengen dat de geldbedragen die de verdachte voorhanden heeft gehad "ook", en derhalve niet uitsluitend, afkomstig waren uit het plegen van fiscaal strafbare feiten.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d3cd35cbc17eb975d61c7ac084a3882cc9666b2cb29b351b58fc107b6bb1af08. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d3cd35cbc17eb975d61c7ac084a3882cc9666b2cb29b351b58fc107b6bb1af08, en de alinea staat in dat document op bytes 36337 tot 37048.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d3cd35cbc17eb975d61c7ac084a3882cc9666b2cb29b351b58fc107b6bb1af08 | shasum -a 256