Citaat | Hoge Raad 29 maart 2011
Alinea 119 Hoge Raad 29 maart 2011
Een alinea uit Hoge Raad 29 maart 2011, ECLI:NL:HR:2011:BO2628.
Het Hof heeft vastgesteld dat de door de verdachte gegeven verklaringen voor de herkomst van het geld tegenstrijdig zijn en dat bovendien geen van die verklaringen aannemelijk is geworden. Gelet daarop is 's Hofs oordeel dat de verdachte heeft willen verhullen dat de door hem in Nederland verworven en naar Duitsland getransporteerde en op de bank aldaar gestorte gelden van enig misdrijf afkomstig zijn, niet onbegrijpelijk. De bewezenverklaring voor zover inhoudende dat de daarin genoemde geldbedragen "in elk geval afkomstig (waren uit de opbrengst) van enig misdrijf", is door het Hof toereikend gemotiveerd.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d3cd35cbc17eb975d61c7ac084a3882cc9666b2cb29b351b58fc107b6bb1af08. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d3cd35cbc17eb975d61c7ac084a3882cc9666b2cb29b351b58fc107b6bb1af08, en de alinea staat in dat document op bytes 38453 tot 39080.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d3cd35cbc17eb975d61c7ac084a3882cc9666b2cb29b351b58fc107b6bb1af08 | shasum -a 256