Citaat | Hoge Raad 29 maart 2011
Alinea 99 Hoge Raad 29 maart 2011
Een alinea uit Hoge Raad 29 maart 2011, ECLI:NL:HR:2011:BO2628.
Uit de verklaring van [betrokkene 1] werkzaam bij genoemde bank kan worden afgeleid dat door verdachte over de herkomst van de gelden gezegd is dat zijn vader overleden was en dat hij daarom een erfenis had ontvangen. Verdachte heeft weliswaar ter zitting van het hof ontkend dat hij dit tegen haar gezegd zou hebben, doch het hof acht dit niet aannemelijk. Dit punt vindt immers ondersteuning in het door verdachte op 4 juni 2003 ondertekende aanvraagformulier bestemd voor de verzekeringsmaatschappij Capital Leben te Liechtenstein waar - in antwoord op vraag II (Bestätigung über die Herkunft der Vermögenswerte nach dem Sorgfaltspflichtgesetz) - wordt vermeld dat het om een erfenis van zijn vader zou gaan. Ook daaruit blijkt naar het oordeel van het hof dat verdachte het heeft willen doen voorkomen dat zijn vader overleden was en dat hij beschikte over diens erfenis. Vast staat dat de vader van verdachte niet overleden is. Hij is tot drie keer toe in levende lijve, voor het laatst nog op 16 juli 2008 in Marokko, gehoord.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/d3cd35cbc17eb975d61c7ac084a3882cc9666b2cb29b351b58fc107b6bb1af08. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt d3cd35cbc17eb975d61c7ac084a3882cc9666b2cb29b351b58fc107b6bb1af08, en de alinea staat in dat document op bytes 26368 tot 27416.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/d3cd35cbc17eb975d61c7ac084a3882cc9666b2cb29b351b58fc107b6bb1af08 | shasum -a 256