Citaat | Hoge Raad 25 januari 2011
Alinea 32 Hoge Raad 25 januari 2011
Een alinea uit Hoge Raad 25 januari 2011, ECLI:NL:HR:2011:BO3400.
3.3. Die - in de wetsgeschiedenis niet expliciet behandelde - vraag moet ontkennend worden beantwoord. Daarbij is van belang dat art. 285 Sr is geplaatst in Titel XVIII van het Tweede Boek van het Wetboek van Strafrecht waarin strafbaar zijn gesteld 'Misdrijven tegen de persoonlijke vrijheid'. Dit door art. 285 Sr beschermde rechtsgoed kan ook op het spel staan ingeval het misdrijf waarmee wordt gedreigd, is gericht tegen een ander dan degene jegens wie de bedreiging is geuit. Een dergelijke bedreiging kan immers een inbreuk maken op de persoonlijke vrijheid van degene jegens wie de bedreiging is geuit die vergelijkbaar is met een bedreiging die op hem zelf betrekking zou hebben gehad. De omstandigheid dat de in dezelfde Titel opgenomen art. 284 en 284a Sr uitdrukkelijk óók spreken over bedreiging met een tegen een derde gericht misdrijf, noopt niet tot een ander oordeel, mede omdat uit de door de Advocaat-Generaal in zijn conclusie weergegeven totstandkomingsgeschiedenis van deze bepalingen kan worden opgemaakt dat deze explicitering slechts een verduidelijking betrof, terwijl voorts niet valt in te zien waarom de reikwijdte van de betrokken bepalingen in dit opzicht zou moeten uiteenlopen.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/cefab53b64ef115e1017fdf07bf842b094153e4c2959c5f33f1d857177a81d99. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt cefab53b64ef115e1017fdf07bf842b094153e4c2959c5f33f1d857177a81d99, en de alinea staat in dat document op bytes 13836 tot 15061.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/cefab53b64ef115e1017fdf07bf842b094153e4c2959c5f33f1d857177a81d99 | shasum -a 256