Citaat | Hoge Raad 14 januari 2011
Alinea 49 Hoge Raad 14 januari 2011
Een alinea uit Hoge Raad 14 januari 2011, ECLI:NL:HR:2011:BO3521.
(a) [Verweerder] c.s. zijn op 1 oktober 2002 bezitter van de Mesdag geworden en derhalve worden zij op grond van art. 3:119 BW vermoed de rechthebbende te zijn. [Eiser] c.s. dienen dus hun beter recht te bewijzen, en wel door bewijs van hun stellingen - welk bewijs niet op voorhand is geleverd - dat de overeenkomst van 1 oktober 2002 met betrekking tot de Mesdag vals of geantedateerd is, en/of dat [B] op 1 oktober 2002 niet beschikkingsbevoegd was om het schilderij als middellijk vertegenwoordiger (in eigen naam maar in opdracht en voor rekening van [betrokkene 1]/[eiser] c.s.) over te dragen (tussenarrest rov. 4.7.3 en eindarrest rov. 8.2-8.5).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/562b79b510c706f288023e59db662daea2878ae5ab7a8362489db658cf4ec5b8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 562b79b510c706f288023e59db662daea2878ae5ab7a8362489db658cf4ec5b8, en de alinea staat in dat document op bytes 11686 tot 12352.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/562b79b510c706f288023e59db662daea2878ae5ab7a8362489db658cf4ec5b8 | shasum -a 256