Citaat | Hoge Raad 14 januari 2011

Alinea 56 Hoge Raad 14 januari 2011

Een alinea uit Hoge Raad 14 januari 2011, ECLI:NL:HR:2011:BO3521.

(g) Ten overvloede overwoog het hof dat, ook als [B] wel beschikkingsonbevoegd was met betrekking tot de Mesdag, dit [eiser] c.s. niet kan baten omdat [verweerder] c.s. zich voor dat geval terecht beroepen op de bescherming van art. 3:86 BW. (eindarrest rov. 8.9-8.11) In zijn tussenarrest had het hof reeds geoordeeld dat, indien van beschikkingsonbevoegdheid van [B] moet worden uitgegaan, (i) [verweerder] c.s. hun stelling moeten bewijzen dat zij de Mesdag anders dan om niet hebben verkregen (rov. 4.8.2), en (ii) dat [verweerder] c.s. voldoende omstandigheden hebben aangevoerd die rechtvaardigen dat zij [B] voor bevoegd mochten houden en die uitsluiten dat zij reden hadden om aan die bevoegdheid te twijfelen, zodat de bewijslast van de onjuistheid hiervan op [eiser] c.s. rust (rov. 4.8.3-4.8.4).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/562b79b510c706f288023e59db662daea2878ae5ab7a8362489db658cf4ec5b8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 562b79b510c706f288023e59db662daea2878ae5ab7a8362489db658cf4ec5b8, en de alinea staat in dat document op bytes 14445 tot 15265.